In Indonesië koop ik kip bij een kippenslachter. Ik bestel de kip en hij wordt ter plekke geslacht. De slachter vraagt mij in hoeveel stukken ik de kip verdeeld wil hebben. En vervolgens hakt hij de kip in zoveel stukken.
In Nederland wordt kip vaker per deel verkocht: een kilo vleugels, een kilo poten of drumsticks. Voor dit recept maakt het niet veel uit welke stukken vlees je gebruikt, maar mix gerust verschillende delen.
Dit gerecht is niet scherp!
- 1 kilo kippenstukken van biologische of scharrelkip
- 2 blaadjes laurier
- 3 blaadjes daun jeruk ( citroenblad)
- 2 stegels sereh (citroengras)
- 1 blik santen (kokosmelk)
- 3 sjalotten fijngesneden
- 4 knoflookteentjes fijn gesneden of geperst
- 3 cm kurkuma wortel of 1 – 2 theelepels kurkuma poeder
- 2 cm gember geraspt
- 1 theelepel laos
- 1 theelepel korianderzaad
- 1 snufje nootmuskaat
- 3 kemirinoten even geroosterd in een droge koekenpan
- ½ blokje kippenbouillon
- 2 theelepels suiker
- 1 theelepel zout
- witte peper
- zonnebloemolie
Kook de kippenstukken in water, maar niet te lang.
Wrijf de sjalotjes, knoflookteentjes, kurkuma, gember, laos, korianderzaad, nootmuskaat en de kemirinoten fijn in een vijzel of gebruik een blender.
Verhit twee eetlepels zonnebloemolie in een wok of grote pan, bak de fijngewreven specerijen, de citroengrasstengels, de laurierblaadjes en de citroenblaadjes er in tot het lekker begint te ruiken. Laat het niet verbranden, doe er eventueel een klein beetje water bij.
Voeg de stukken gekookte kip bij de specerijen. Bak het samen al omscheppend aan.

Voeg dan de santen toe.
Voeg het bouillonblokje, suiker en witte peper toe en laat het geheel pruttelen tot de kip gaar is.
Proef hoeveel zout erbij moet.

Eet smakelijk!
TIP
Maak gelijk twee porties klaar en vries een deel in.
Dat is één keer werk, twee keer genieten.























